Cor van der Leest

1) Wanneer en waarom hebt u zich verbonden met de Oosterkerk?

Ik ben in 1992 predikant geworden van Groningen-Oost. Daarvoor werkte ik zeven jaar in Harlingen. Mijn vertrek naar Groningen was dus een hele overgang. Het trok mij aan om in een grote gemeente en grote stad te werken met een veel grotere verscheidenheid aan mensen.

2) Waarom bent u predikant geworden?

Ik vertel liever waarom ik nu nog steeds enthousiast ben over het predikantschap.

Allereerst omdat ik als predikant een prachtige boodschap mag uitdragen, met als kern: Gods liefde door Christus. Ik mag vertellen over de heel eigen kijk die we als christen hebben op ons verleden en onze toekomst, maar ook op de wereld om ons heen en op de zin van alles. Daarnaast heeft het predikantschap nog meer aantrekkelijke kanten: een groot deel van mijn tijd kan ik zelf indelen, ik heb geen baas die mij op de lip zit, ik heb met mensen te maken die iets met mij willen delen en aan wie ik wat kwijt kan. Ik heb heel afwisselende dagen. Zeker in een studentenstad als Groningen word ik constant bevraagd door mensen. Niets is vanzelfsprekend, want telkens moet ik mijn opvattingen doormeten en bijstellen. Daardoor is het nooit saai.

Natuurlijk, er zijn ook schaduwkanten. Soms zijn dat kerkleden die het mij lastig maken – al heb ik daar de laatste twee decennia weinig mee te maken gehad. Lastig is ook dat ik mijn werk thuis heb. Daardoor gebeurt het heel makkelijk dat ik de aandacht voor mijn werk ten koste laat gaan van de betrokkenheid bij mijn gezin en van de zorg voor mijzelf. Maar uiteindelijk blijf mijn enthousiasme overheersen.

3) Wat is het mooiste van uw werk?

Er zijn heel wat activiteiten die ik graag doe: voorgaan in kerkdiensten en pastorale gesprekken voeren, maar ook vergaderen en e-mail beantwoorden. Waarom ik dat mooi vind? Het gemeenschappelijke is dat ik op al die manieren met mensen te maken heb en bezig ben met inhoudelijke zaken. En dat is altijd weer boeiend.

4) Is er vrije tijd en wat doet u dan het liefst?

Helaas is er nu niet veel vrije tijd. Wel lukt het mij meestal dagelijks de krant te lezen, wat ik graag doe, omdat heel veel onderwerpen mij interesseren. Maar voor de rest zijn er niet heel veel vrije uurtjes. In die beperkte tijd lees ik graag boeken, meestal over theologie of psychologie. Ook luister ik graag naar klassieke muziek, van Palestrina tot Pärt en voor een duet van twee mannelijke alten mag je mij midden in de nacht wakker maken. Maar ik ben ook weg van Klezmer (oorspronkelijk Joodse muziek uit Oost-Europa), of dat nu in traditionele of meer moderne vorm wordt uitgevoerd. ’s Avonds kijk ik soms naar een goede detective op tv. Ook gaan mijn vrouw en ik zo nu en dan naar een concert, film of tentoonstelling.

5) Wat vindt u van uw komende emeritaat en wat gaat u dan doen?

Ik vind het prima dat ik straks stop met het predikantschap van Groningen-Oost. Ik hoop dat mijn vrouw en ik dan makkelijker er samen op uit kunnen, bijvoorbeeld naar onze kinderen en kleinkind of op een reis. Verder hoop ik veel tijd aan lezen te besteden. Er wachten heel wat boeken op mij, van de Institutie van Calvijn tot een boek over Leonardo da Vinci, van gedichten tot boeken over het boeddhisme. Ook wil ik eindelijk eens alle cantates van Bach beluisteren en alle liederen van Schubert. Een cursus volgen lijkt me ook mooi.

Daarnaast wil ik bezig blijven voor anderen. In wat voor vorm weet ik nog niet, maar in kerkdiensten voorgaan en pastorale gesprekken voeren zal daar vast bij horen.